Met Design for All worden producten, woningen, openbare gebouwen en ruimtes, verpakkingen, werkplekken en openbaar vervoer toegankelijk en gebruiksvriendelijk voor een zo groot mogelijke groep gebruikers.
Anders gezegd: zo min mogelijk gebruikers dienen van efficiënt, veilig en gemakkelijk gebruik van producten, gebouwen, vervoer, werkplekken, etc. te worden buitengesloten.
Grensbepalers
Dit betekent dat bij productontwikkeling niet alleen wordt gekeken naar de 'gemiddelde' gebruiker, maar dat ook rekening wordt gehouden met de zwakkere, niet zo behendige, kleine en ook heel lange, niet-Nederlands sprekende consumenten. Dit noemen we de 'kritische' gebruikers of 'grensbepalers'. Zij immers bepalen de grenzen van de ergonomische ontwerp- of inrichtingseisen.
Zo zijn bij het bepalen van de hoogte van een deur lange mensen de grensbepalers. Als iemand van 2 meter lang rechtop door de deur kan, kunnen alle kleinere mensen dat ook.
Voor de hoogte van de deurklink, de lichtschakelaar of het bedieningspaneel in de lift zijn juist kleine mensen en mensen in een rolstoel de grensbepalers. Lange mensen klagen wel eens dat zij dan moeten bukken, maar het is beter te moeten bukken dan als kleine mens of rolstoeler er helemaal niet bij te kunnen.
Producten en diensten afstemmen
De ontwerper, producent, architect en beleidsbeslissers moeten leren denken vanuit de functionele capaciteiten en beperkingen, en de zowel rationele als emotionele behoeften en wensen van deze gebruikers om vervolgens hun producten en diensten ook op die doelgroepen afstemmen.
"Idealiter wordt de ontwerpmaatstaf gevormd door de kleinere, zwakkere, minder snelle of minder vaardige consumenten". Dit waren de woorden van prof. dr. J.M. Dirken in 1984. Met andere woorden: de ergonomische eisen afstemmen op die doelgroepen houdt in dat ook de sterkere, snellere en meer handige gebruikers het ontwerp als makkelijk, efficiënt en veilig zullen ervaren.
Twintig jaar later blijken ontwerpers en producenten die richtlijn nog steeds niet toe te passen. Waarom ondervinden we anders nog steeds de ongemakken: een verpakking die je niet open krijgt, een gebouw waarvan je de ingang niet kunt vinden of een onbegrijpelijke gebruiksaanwijzing bij de videorecorder? Voor velen levert dit een flinke ergernis op. Voor anderen is er geen andere oplossing dan het potje groente maar dicht te laten of noodgedwongen iemands hulp te vragen. Een rolstoelgebruiker bijvoorbeeld kan tegenover in veel lagevloers bussen, maar dient voor een treinreis altijd een dag tevoren de NS te berichten dat hij meewil. In 2030 moet dat overigens ook verleden tijd zijn. Dan dienen alle treinen ook voor deze doelgroep makkelijk toegankelijk te zijn.
Design for All geen open deur
Ontwerpen voor gebruikers, het lijkt een open deur. Of het nu gaat om verpakking, de gemeentelijke bibliotheek of een website voor telebankieren, de gebruiker moet tenslotte het ontwerp kunnen begrijpen en veilig en gemakkelijk kunnen bedienen, repareren, schoonmaken.
Maar de praktijk wijst anders uit. Dan blijkt er wèl voldoende aandacht te worden besteed aan de techniek, logistiek, marketing en vormgeving en niet aan het gebruiksgemak.
Maar wie zijn allemaal gebruikers? Dat is een vraag die een producent of ontwerper zich als eerste dient te stellen. Van openbare gebouwen zoals een gemeentelijke bibliotheek mag verwacht worden dat iedereen daar naar binnen kan, van senioren lopend met een stok of rollator en moeders met kinderwagens tot de leveranciers met een lading nieuwe boeken en ernstig slechtzienden voor een boek op Cd-rom. Toch blijken niet alle openbare gebouwen voor iedereen even makkelijk toegankelijk te zijn, begrijpelijk en begaanbaar te zijn.
Probleem is dat ontwerpers zichzelf vaak als maatstaf nemen. En àls er sprake is van een gebruikstest dan gebeurt zo'n test vaak met een paar mensen uit het eigen bedrijf en meestal aan het eind van het ontwerpproces en daarmee veel te laat.
Veel alledaagse producten zijn dan ook afgestemd op de sterken onder ons, vaak niet ouder dan 45 jaar en behendig met elektronische apparatuur.
Producten, verpakkingen, gebouwen, de leefomgeving en het openbaar vervoer zouden zo langzamerhand ook voor anderen, die niet aan dat beeld voldoen (en dat zijn de meesten), begrijpelijk, bedienbaar en veilig moeten zijn.
Dat heet Design for All